Het verdrag van Lateranen
Paus Pius XI en de facistische leider Benito Mussolini stelden samen het verdrag op. Mussolini deed dit voornamelijk om meer sympathie te winnen van het Italiaanse volk. Het verdrag bestond uit drie delen; het eerste deel pleitte ervoor dat de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de Heilige Stoel werd erkend en dat het Vaticaan een officiele staat werd. Het tweede deel pleitte ervoor dat er een concordaat kwam waarin de verhoudingen van bepaalde privileges tussen de Katholieke Kerk en Italië werden geregeld. Het rooms-katholicisme werd de staatsgodsdienst in Italië. Het laatse punt was een financieel punt, de Italiaanse staat moest het Vaticaan financieel tegemoet komen omdat het veel bezittingen in 1870 in beslag het genomen. De paus werd voor het verdrag van Lateranen ook wel "de gevangene van het Vaticaan genoemd".
Door het verdrag kreeg het Vaticaan recht op een eigen buitenlandse politiek. Ook werd bepaald welke bezittingen van het Vaticaan onder de Heilige Stoel zouden vallen. Ook enkele gebouwen buiten het Vaticaan werden toegekend als bezit. Italie beloofde aan het Vaticaan dat het rooms-katholicisme de staatsgodsdienst van Italië zou worden en het Vaticaan zou op haar beurt toestemming vragen voor het benoemen van Italiaanse bisschoppen en aartsbisschoppen.Tot op de dag van vandaag is 11 februari een feestdag in het Vaticaan. Er zijn de laatste jaren wel een aantal punten gewijzigd in het verdrag, onder andere dat het rooms-katholicisme niet meer de officiele religie van Italie is.








